Theezakjes en koffiepads mogen bij het GFT. Composteerbare verpakkingen meestal niet. Dat lijkt een detail, maar zegt veel over hoe het huidige afvalsysteem is ingericht. In de praktijk leidt dit tot verlies van waardevolle grondstoffen, terwijl er juist kansen liggen om organische reststromen en composteerbare materialen beter op elkaar aan te laten sluiten. De techniek is beschikbaar en de logica is helder, maar het systeem blijft achter. Wat betekent dit voor circulariteit — en waar zit de ruimte voor verbetering?
Een ogenschijnlijk inconsistent systeem
Theezakjes? Ja.
Koffiepads? Ja.
Composteerbare verpakkingen? Nee.
Dat lijkt inconsistent, maar zo is het afvalsysteem ingericht.
Bij thee en koffie zijn verpakking en inhoud niet te scheiden en bovendien composteerbaar. Daarom mogen ze bij het GFT. Die keuze is pragmatisch en sluit aan op de praktijk.
De praktijk van vervuilde verpakkingen
Dat ligt anders bij veel single-use verpakkingen voor voedsel. Na gebruik zijn deze verpakkingen vrijwel altijd vervuild met voedselresten. In theorie zouden verpakking en inhoud gescheiden moeten worden, maar in de praktijk gebeurt dat nauwelijks.
Wat gebeurt er vervolgens in de afvalfase?
Deze verpakkingen belanden in het plastic afval. Door de vervuiling zijn ze niet goed recyclebaar en eindigen ze uiteindelijk in de verbrandingsoven.
Het gevolg: structureel waardeverlies
Daarmee ontstaat een dubbel negatief effect:
- Voedselresten (perfect geschikt voor compost) gaan verloren
- Verpakkingsmateriaal wordt niet hergebruikt, maar verbrand
We organiseren dus een systeem waarin we waarde verliezen én afhankelijk blijven van fossiele materialen.
De logica achter composteerbare verpakkingen
Terwijl de logica eigenlijk simpel is:
Composteerbare verpakking + organische restinhoud = hoogwaardige GFT-stroom
Die combinatie levert compost op, die weer kan dienen als basis voor nieuwe grondstoffen—ook voor biobased verpakkingen.
De techniek is er, het systeem nog niet
De technologie om dit te realiseren is beschikbaar. De principes zijn helder.
De vraag is dan ook niet óf het kan, maar wanneer het systeem wordt aangepast aan wat technisch en inhoudelijk al mogelijk is.