Een helder doel, een ingewikkeld systeem
Wie zich door het overzicht van de regels rond wegwerpplastic werkt, merkt al snel hoe complex het geheel is geworden. Verboden, uitzonderingen, definities en aanvullende verplichtingen lopen door elkaar heen. Voor ondernemers wordt het daardoor steeds lastiger om te bepalen wat wel en niet mag. Dat staat in contrast met het oorspronkelijke doel, dat juist eenvoudig en breed gedragen was: minder afval en een beweging richting een circulaire economie.
Waarom krijgen circulaire oplossingen minder ruimte?
In de uitwerking ligt de nadruk sterk op beperking en controle. Hergebruik en traditionele recycling krijgen de meeste aandacht, terwijl andere routes naar circulariteit veel minder zichtbaar zijn in de regelgeving. Dat is opvallend, omdat er inmiddels materialen beschikbaar zijn die juist zijn ontwikkeld om na gebruik weer onderdeel te worden van een nieuw proces.
De logica van composteerbare materialen
Bioplastics die voldoen aan de norm EN 13432 zijn daar een goed voorbeeld van. Zeker in toepassingen waar voedselresten een rol spelen, bieden deze materialen een praktische oplossing. Ze kunnen samen met organisch afval worden verwerkt, waardoor scheiding niet meer nodig is en grondstoffen behouden blijven in plaats van verloren te gaan.
Een gemiste kans in de regelgeving
Dat deze route binnen de huidige SUP-regelgeving slechts beperkt wordt benut, roept vragen op. Als voedselvervuiling een van de grote knelpunten is binnen recyclingstromen, ligt het voor de hand om verpakkingsmaterialen te stimuleren die daar beter mee omgaan. En als het uitgangspunt is dat grondstoffen zo lang mogelijk in de keten blijven, is het lastig te verklaren waarom oplossingen die daarop zijn ingericht, maar mondjesmaat worden toegestaan.
Waar loopt de praktijk tegenaan?
Het resultaat is een systeem dat ingewikkelder wordt dan nodig is, terwijl de ambitie om kringlopen te sluiten juist vraagt om heldere keuzes. Voor ondernemers en professionals die hier dagelijks mee werken, is de vraag dan ook concreet: waar gaat het mis? In de uitvoering, in de handhaving of in de manier waarop verschillende oplossingen worden beoordeeld?
Of nog concreter: als het huidige systeem het afvalprobleem niet oplost, waarom blokkeren we dan oplossingen die dat wél doen?