LCA’s en standaardisatie

 

LCA’s (info volgt nog)

Standaardisatie

Standaarden (normen) zijn noodzakelijk om producten te kunnen onderscheiden van andere producten (bijvoorbeeld wel of niet composteerbaar) en om na te gaan of ze aan specifieke eigenschappen voldoen (bijvoorbeeld is de koolstof in de keten van biobased orgine).

Hierbij een voorbeeld waarbij het hebben van een standaard noodzakelijk is. Stel dat je als bedrijf een composteerbare drinkbeker op de markt wilt brengen en deze na gebruik wilt aanbieden aan een lokale industriële composteerder. Hoe weet je nu welke drinkbekers geschikt zijn? Voor dit soort situaties bestaat in Europa de EN13432 norm; dit is een norm waaraan producten moeten voldoen om ze te composteren. Om na te gaan of een drinkbeker composteerbaar is kun je deze in een onafhankelijk laboratorium laten testen om te bepalen of de beker aan de specifieke eisen voldoet zoals bepaald in de standaard. Vaak zijn er al vele producten op de markt die reeds getest zijn. Deze zijn dan voorzien van een bepaald logo (zie Certificering).

Standaarden vormen ook de basis voor wetgeving en maatregelen rondom bioplastics zoals:

  1. Belastingen, subsidies en heffingen. Een voorbeeld van heffingen is de Nederlandse Afvalbeheersbijdrage van het Afvalfonds Verpakkingen waarin composteerbare bioplastics op basis van de EN13432 een lager tarief hebben.
  2. Wetgevende maatregelen. In verschillende landen hebben composteerbare tassen, op basis van EN13432, een uitzonderingspositie.
  3. Public procurement programma’s. De overheid zou het gebruik van bioplastics kunnen stimuleren door maatregelen op te stellen op basis waarvan inkopers gestimuleerd worden om te kiezen voor bioplastics. Het USDA Biopreferred programma is hier een voorbeeld van. De onderliggende standaard in de US is de ASTM6866. Voor Europa is nu EN16640 beschikbaar.
  4. Stimuleren van het gebruik van bioplastics in labelling programma’s zoals het EU Ecolabel, het Duitse Blue Angel of het Nederlandse Milieukeur.

Standaardisatie vindt plaats op drie niveaus’s: in Nederland bij de NEN, in Europa bij de CEN en op wereldschaal bij ISO. Voor meer vragen over standaardisatie van biobased producten kun je in Nederland terecht bij de NEN Commissie 310031 Biobased Producten. Ook als je vragen hebt of deel wilt nemen aan het opstellen van standaarden op NEN, CEN en ISO niveau kun je contact opnemen met de NEN in Delft. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland heeft i.s.m. de NEN een brochure samengesteld: Brochure_Normen_en_certificaten_in_de_biobased_economy.

Op Europees niveau heeft de Technische Commissie TC411 van de CEN de opdracht gekregen van de Europese Commissie om standaarden te ontwikkelen voor biobased producten. Er zijn momenteel 5 werkgroepen actief die zich richten op de ontwikkeling van standaarden voor:

– WG1: het gebruik van de juiste terminologie;

– WG2: biobased oplosmiddelen;

– WG3: het bepalen van de “biobased carbon content” en de “biobased content” in producten;

– WG4: het uitvoeren van LCA’s en Sustainability Assessments; en

– WG5; de communicatie over biobased producten tussen bedrijven en met de consument.

(voor meer informatie: www.biobasedeconomy.eu/standardisation/cen-tc411/)

 

Om dit werk wetenschappelijk te ondersteunen is er ook een research consortium opgericht onder de naam OPEN-BIO. OPEN-BIO kent o.a. de volgende onderzoeksvelden (werkpakketten):

– WP3 “bio-based content”en duurzaamheid;

– WP4 testen van chemische, mechanische en andere eigenschappen van biobased producten;

– WP5 de bioafbreekbaarheid van biobased produkten in zoet en zout water en de bodem;

– WP6 industrieele compostering, thuis en boerderij compostering, anaeroob vergisten en recycling;

– WP7 het EU Ecolabel en biobased producten; en

– WP8 het uitwisselen van productinformatie tussen bedrijven, met de consument en met inkopers.

(Voor meer informatie: www.biobasedeconomy.eu/research/open-bio/)