Bioplastics vs food

Bioplastics concurreren niet met voedsel

Bioplastics concurreren niet met de beschikbaarheid van voedsel of dierenvoeding. De discussie over het gebruik van biomassa voor industriële doeleinden wordt vaak gekoppeld aan de vraag: is het gebruik van potentiële levensmiddelen en diervoeders voor materialen wel ethisch verantwoord? Dit debat wordt meestal gevoerd op basis van emotionele aannames en niet op feiten. Er wordt jaarlijks genoeg voedsel geproduceerd om de wereld te kunnen voeden maar helaas wordt er ook heel veel voedsel verspild. Voor het verbouwen van voedsel, veevoer en het gebruik van weilanden wordt ongeveer 97 procent van alle wereldwijd beschikbare landbouwgronden ingezet. De landbouwgrond die ingezet wordt voor de productie van materialen is ongeveer 2%. Bioplastics vallen onder deze 2% en vertegenwoordigen minder dan 0,01% daarvan. Metaforisch gesproken kun je deze verhouding vergelijken met een cherrytomaatje naast de Eiffeltoren.

Sinds de industriële revolutie worden jaarlijks vele miljoenen tonnen aan landbouwgewassen gebruikt voor allerlei materialen. Zetmeel wordt bijvoorbeeld gebruikt in papier en karton, textiel, lijmen, batterijen en antibiotica. Suikers worden gebruikt voor de productie van chemicaliën, oppervlakte-actieve stoffen en polyurethaanschuimen, Dus het gebruik van landbouwgewassen voor de productie van materialen is altijd al een onderdeel geweest van onze maatschappij.

Vandaag de dag worden bioplastics gemaakt van koolhydraat rijke planten, zoals maïs, suikerbieten en suikerriet, dit worden vaak de 1e generatie grondstoffen genoemd. Momenteel is de 1e generatie grondstof de meest efficiënte grondstof voor de productie van bioplastics, omdat daarvoor de minste hoeveelheid grond nodig is, de technologie betrouwbaar is en ze geleverd kunnen worden tegen de laagst mogelijke kosten. Om het volledige groeipotentieel te kunnen benutten, is het daarom belangrijk dat de bioplastics industrie nu en in de toekomst verzekerd kan zijn van toegang tot de 1e generatie grondstoffen. Met het oog op de toekomst vindt er ook veel onderzoek plaats naar het gebruik van cellulose (2e generatie) als grondstof voor bioplastics. De cellulose kan gehaald worden uit restmaterialen van planten, zoals stro en bagasse of uit cellulose houdende afvalstromen uit de industrie. Deze industriële afvalstromen kunnen ook bestaan uit zetmeel en suikerhoudende materialen. Ook vindt er onderzoek plaats naar het gebruik van algen en het direct omzetten van methaan in bouwstenen voor bioplastics via fermentatie.

Bovengenoemde cijfers laten zien dat er geen wezenlijke concurrentie is tussen het gebruik van hernieuwbare grondstoffen voor levensmiddelen en diervoeders en het gebruik voor materialen. Bovendien zou 1e generatie grondstoffen voor bioplastics moeten worden gezien als een ‘enabling technology’ die de overgang naar 2e en 3e generatie grondstoffen zal vergemakkelijken. Daarom moet het gebruik van de 1e generatie grondstof voor industriële toepassingen niet worden gediscrimineerd.

Duurzame productie van hernieuwbare grondstoffen

De duurzame productie van hernieuwbare grondstoffen heeft de volledige aandacht van de bioplastics industrie. Daarom wordt er al jaren gewerkt met certificeringsschema’s zoals BONSUCRO voor suikerrietproductie en ISCC PLUS voor de productie van mais.

Zie hier voorbeeld van optimaal gebruik suikerbiet.